NL
Worldwide Partner
Loading Spinner Animation
Replaced with Ajax Call
NL
NL
  • 15.09.2016
  • WOLF redactie

Het pure herstel

Er was ooit een tijd, toen was verse lucht het enige middel voor de behandeling van tuberculose. Wie het zich financieel kon permitteren, reisde naar een „Luftkurort“ (luchtkuuroord).

Wellicht zou een interessant hoofdstuk over de geschiedenis van de geneeskunde minder spannend zijn uitgevallen als daar niet zoveel beroemdheden in voor zouden komen: Het is een hoofdstuk over tuberculose. Weliswaar woedde de ook als tering bekende longziekte in de 19e eeuw in alle maatschappelijke lagen, maar alleen wie over genoeg geld en tijd beschikte, kon het zich permitteren weken of zelfs maanden op plaatsen met een verlichtend klimaat door te brengen.

En omdat tot deze bevoorrechte en beroemde persoonlijkheden zoals Keizerin Elisabeth „Sisi“ van Oostenrijk, Frédéric Chopin en Christian Morgenstern telden, kreeg het ontspannen en onder medisch toezicht in de frisse lucht liggen een mondaine reputatie, die ook bleef bestaan toen men zich allang had beseft dat ook de mijnwerkers uit het Ruhrgebied en de fabrieksarbeiders uit Berlijn een verblijf in een sanatorium nodig hadden. Alleen waren hun verhalen natuurlijk niet half zo interessant als die van de sanatoriumbewoners van Davos, voor wie Thomas Mann met zijn „De toverberg“ een literair monument creëerde.

Ligkuur tegen tuberculose

Inderdaad gold de zogenaamde luchtkuur of buitenlucht-ligkuur lange tijd als de enige behandelingsmogelijkheid bij tuberculose. Weliswaar besefte men zich dat juist het klimaat in hoger gelegen gebieden een positief effect op de genezing had, maar de vanaf het einde van de 19e eeuw gebouwde sanatoria bevonden zich meer in de buurt van grote industrielocaties, waar longziektes onder fabrieksarbeiders schering en inslag waren.

De rijken lagen dus boven in de luxe sanatoria van Ischl en Davos, de armen beneden in de longherstellingsoorden van Beelitz en Grabowsee. De rijken hadden tuberculose of iets ondefinieerbaars, de armen tuberculose of iets ongeneeslijks. Omdat de rijken het zich toch al konden permitteren ontspannen te liggen, waar en hoe lang ze ook wilden, moest voor hen de ligkuur nog een beetje luxueuzer worden. Geweldig hoor, dat de arts Peter Dettweiler speciaal voor dit doel een ligstoel had uitgevonden, de Davoser ligstoel, welke overigens vandaag de dag zich absoluut niet onderscheidt van een willekeurige tuinligstoel, maar desalniettemin al spoedig tot een absoluut fundament van een succesvolle ligkuur werd. Zelfs Thomas Mann bleek razend enthousiast over de comfortabele eigenschappen van deze ligstoel van rietvlechtwerk.

Daar lagen ze dus, de longpatiënten, in groepjes op balkons en terrassen, voerden gesprekken, dronken (het drinken van alcohol gold als zijnde bevorderend voor de genezing) en brachten hun dagen tussen bed en ligstoel door – het aangename niets doen, liggend werd het geperfectioneerd. En als dan toch een keer de verveling toesloeg, kon men zijn bewegingsradius uitbreiden tot het casino of de promenade. De rustige idylle werd door niets gestoord, want de zogenaamde „actieve vakantie“ was nog niet uitgevonden.

Van het aangename niets doen naar de actieve vakantie

De luchtkuuroorden en sanatoria voor longpatiënten van ooit, voor een deel bestaan ze vandaag de dag nog, maar sinds de penicilline werd ontdekt, rijdt er niemand meer naar Falkenstein, Davos of Beelitz om zijn tuberculose uit te zieken. Vandaag de dag gaat men naar de Sächsische Schweiz, de Lüneburger heide of aan de Tegernsee, om te wandelen, te fietsen of op een andere manier actief in beweging een naar mogelijkheid intensieve natuurervaring te gunnen, altijd met het goede gevoel zich in bijzonder schone lucht te bewegen. De plaatsen in deze regio’s heten Oybin, Neuenhagen of Rottach-Egern en hebben daarmee namen, die weliswaar lang niet zo goed klinken als de kuuroorden van ooit, maar omdat zij van de toevoeging „Luftkurort“ zijn voorzien, gelden zij als wettelijk geëffectueerde klimatische kwaliteit in haar regio.

Ongeacht of het een Kurort, Heilklimatischer Kurort, Seeheilbad of inderdaad Luftkurort heet, zo’n predicaat heeft inderdaad de macht het toeristische succes van een hele regio te bepalen. In Duitsland wordt het verleend door het desbetreffende ministerie van binnenlandse zaken, economische zaken of van gezondheid van een deelstaat met medewerking van commissies waarin medici, chemici en meteorologen zitting hebben. Teneinde het te behouden, moet een plaats rekening houden met de strengste voorschriften en richtlijnen en zich aan regelmatige controles onderwerpen. Logisch dat überhaupt alleen plaatsen daar hun best voor doen, alwaar de lucht reeds van oudsher als zijnde bijzonder schoon geldt en die ook anders zich dankzij bijzondere natuur- of kunstfenomenen onderscheiden. Plaatsen zoals de hierboven genoemde dus. Of zoals Bitterfeld.

Van de milieuramp naar een luchtkuuroord

Moment – Bitterfeld? Zeer zeker. Nauwelijks een stad in Duitsland staat zo voor landschappelijke vernietiging en milieuverontreiniging als het voormalige centrum van de chemieproductie van de DDR, dat zijn opbloei in de 19e eeuw te danken heeft aan de bruinkoolgroeve. Het zogenoemde Bitterfeld-syndroom beschrijft de gevolgen van de contaminatie van aardbodem, lucht en wateren voor de natuur en menselijke gezondheid.

Dikke lucht op Helgoland

Maar ook op plaatsen, waaraan men het predicaat luchtkuuroord direct zou verlenen, is de lucht niet altijd schoon. Zo zag Helgoland in het afgelopen jaar zijn – aan zichzelf verleende – status als superlatief van de luchtkwaliteit in gevaar komen. Het kleine eiland in de Duitse baai maakt niet alleen reclame met de bewering de jodium- en zuurstofrijkste plaats van de republiek te zijn, maar ook met stofdeeltjes-waarden welke tienmaal lager zouden zijn dan op de Zugspitze. Daarbij komt nog het doel tot het jaar 2020 CO2-neutraal te zijn. Helaas bleken enige Helgolanders inflexibele tegenstanders van deze schone zaak en weigerden de open haarden en haardkachels in hun huizen stil te leggen. Een burgerbesluit alsmede het onverschrokken protest van een actiegroep genaamd „kachel-vrienden“ zorgden er uiteindelijk voor dat de Helgolanders hun huizen ook in het vervolg gezellig mogen verwarmen.

Nog vandaag de dag geldt het credo, frisse lucht is gezond, en met „frisse lucht“ wordt hier in het land de buitenlucht bedoeld. Maar in tijden, waarin chronische ontstekingsziektes van de luchtwegen zoals astma toenemen, het aantal mensen met een pollenallergie groeit en metingen van fijnstof en overige schadelijke stoffen alarmerende waarden tonen, zelfs op plaatsen waar men het nooit zou vermoeden (of had u gedacht dat Kiel tot de steden met de hoogste belasting door stikstofoxide in Duitsland behoort?), is het geen wonder dat ook de luchtkwaliteit in binnenruimtes van steeds grotere betekenis wordt. En wie binnen de eigen vier muren voor een goede luchtkwaliteit zorgt, kan van een luchtkuur genieten zonder weg te hoeven gaan.