NL
  • 15.09.2016
  • WOLF redactie

Over mensen en dieren

De meeste dieren hebben noch verwarming noch een airco in hun bouwsels en nesten. Alleen de mens rust zijn woning met externe techniek uit. Maar zowel mens als dier voelen zich alleen daar thuis, waar voor hen het klimaat in orde is.

Een warme zomerdag in Berlijn. Toeristen flaneren over de boulevard Unter den Linden in de richting van het Schlossplatz. De Berlijnse Dom staat daar, het Oude Museum, en tegenover neemt de nieuwbouw van het Berlijnse Stadspaleis vorm aan. Vanwege deze bezienswaardigheden zijn ze gekomen. Maar dan zien ze iets, dat ze voor korte tijd doet stoppen. Er kruipt iets op de Paleisbrug rond. Het ziet eruit als een enorme slak. Het is een slak. Nou ja, bijna dan. Het is een mens in een slakkenpak.

Zeker, ook dieren hebben een soort thuis. Maar als een vogel bij kou zijn nest verlaat, dan hoeft hij geen donsjas aan te schieten. Holen of nesten dienen, afgezien voor de bescherming tegen natuurlijke vijanden, weliswaar ook voor de bescherming tegen hitte, koude of vocht, maar haar bewoners beschikken over voor een deel zeer complexe lichaamseigen systemen teneinde nare weersomstandigheden te kunnen trotseren. Dat geldt zelfs voor de slak, die als weekdier haar huis zo hard nodig heeft dat zij het constant met zich meesleept. Op een grote temperatuurstijging bijvoorbeeld reageert zij niet alleen door in haar behuizing weg te kruipen, maar haar lichaam stelt bovendien dusdanig complexe moleculaire en cellulaire processen in werking dat zij tot een lievelingsdier van het evolutieonderzoek is geworden.

Dat ieder dier in staat is met de klimatologische omstandigheden in zijn omgeving om te gaan, waar de mens zonder kleding, verwarming of airco in de narigheid zou zitten, heeft er natuurlijk mee te maken dat een dier in een met zijn behoeften overeenkomende klimaatzone leeft of zich aan de desbetreffende omstandigheden heeft aangepast. Dat is de reden waarom een en hetzelfde diersoort in verschillende gebieden op aarde er heel verschillend uitziet. Hoe kouder het klimaat, des te groter en compacter het lichaam en des te kleiner de externe lichaamsdelen zoals de staart of de oren. Dat ziet men bijvoorbeeld in een vergelijking van ijsberen en bruine beren, pool- en woestijnvossen of ook bij Indische en Afrikaanse olifanten. Laatstgenoemden leven in warmere regio’s en hebben grotere oren nodig om via deze oppervlakken lichaamswarmte te kunnen afvoeren en zich verkoelende lucht toe te kunnen waaieren. Daarentegen hebben de oren van mensen, onafhankelijk van de klimaatzone waarin zij leven, overal dezelfde grootte en functie.

Het dier past zich dus aan de externe omstandigheden aan, de mens gebruikt externe techniek. En desondanks zijn dier en mens in gelijke mate afhankelijk van hun klimaatzone. Voor het dier is zij vastgelegd, de mens creëert haar eigen, namelijk in de vorm van zijn woning. Dat deze woning theoretisch net zo goed in de woestijn als op de poolcirkel kan staan, maakt de mens onafhankelijk van de externe omgeving, maar wel afhankelijk van de binnenruimte. Hij ervaart dit echter niet per se als dwang. In tegendeel, voor de meeste mensen is de gecontroleerde leefomgeving van hun thuis een natuurlijke uitbreiding van zichzelf. Zij willen helemaal niet naakt rondlopen en buiten slapen, ook al zouden ze het kunnen. Want dat zou niet stroken met hun voorstelling van beschaving of sociale conditionering – het zou niet natuurlijk zijn, maar het zou tegen de menselijke natuur indruisen. Voor de mens is de ideale leefomgeving niet een door de natuur gemaakte, maar een, die als zijnde natuurlijk wordt waargenomen, omdat zij bij een mens past.

Dat herkent ook de menselijke slak in Berlijn. Als er aan de warme zomerdag een einde komt, is zij meerdere kilometers gelopen en gekropen. Zij werd op straat door groepen mensen omsingeld, ontelbare malen gefotografeerd, in de speeltuin door kinderen geaaid en door voorbijgangers op een ijsje getrakteerd. Aan het einde van deze dag ontdoet de slak zich van haar pak en verandert weer in een jongeman, die zich erop verheugt zich weer te kunnen verschuilen. In zijn mooie, vertrouwde mensenhuis.

Alle foto’s: © Franziska Sinn